Raad van State herstelt vergissing

Op 14 november van het vorig jaar oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bouwgerelateerde strafbare feiten niet samenhangen met de activiteit bouwen en daarom bij omgevingsvergunningen bouw niet kunnen leiden tot een ernstig gevaar op de b-grond (het risico dat de vergunning wordt gebruikt om strafbare feiten te plegen). Die uitspraak was naar onze mening rechtstreeks in strijd met de tekst van de wet, met de parlementaire geschiedenis en met alle eerdere jurisprudentie en kon dan ook niet anders dan een vergissing zijn. Een vergissing met grote gevolgen bovendien. De uitspraak zou ertoe leiden dat gemeenten gehouden zijn om omgevingsvergunningen bouw te verstrekken aan personen van wie bekend is dat ze structureel en op grote schaal strafbare feiten plegen in het kader van hun bouwactiviteiten. Gemeenten kunnen dan alleen nog de toch al spaarzame handhavingscapaciteit besteden aan deze personen, terwijl het juist het expliciete doel van de Wet Bibob is om strafbare strafbare feiten te voorkomen..

Wij verbaasden ons dan ook over het feit dat de uitspraak kritiekloos werd ontvangen. Zo leek mr. F.A. Pommer (JB 2019/13) zich goed met de uitspraak te kunnen verenigen en stelde hij -zonder enige kritische noot te kraken- dat de b-grond bij bouwvergunningen nu sterk aan betekenis had verloren. Gelukkig lette het Kamerlid Kuiken beter op en stelde zij naar aanleiding van ons artikel kritische vragen aan de minister van Justitie & Veiligheid. De minister bevestigde dat de wetgever destijds wel degelijk had beoogd bouwgerelateerde strafbare feiten onderdeel te laten zijn van de beoordeling van het gevaar op de b-grond.

Gisteren is de Afdeling gelukkig tot inkeer gekomen. Feiten die gepleegd zijn bij eerdere bouwactiviteiten kunnen blijkens de uitspraak (rechtsoverweging 9.1) wel degelijk bij de beoordeling worden betrokken. Daarbij merkt de Afdeling op dat die bouwgerelateerde feiten gelet op de evenredigheidstoets van artikel 3, vijfde lid van de Wet BIbob in de regel niet voldoende ernstig zijn om de vergunning te weigeren. Dat wordt pas anders als het gaat om overtredingen die wel ernstig zijn en/of structureel en stelselmatig zijn gepleegd.

Wij zijn blij dat de Afdeling tot dit oordeel is gekomen. Het zorgt voor een heldere, consistente lijn en laat het Bibob-instrument functioneren zoals het is bedoeld.

RECHTSTREEKS BIBOB-TIPS EN JURISPRUDENTIE ONTVANGEN IN UW MAILBOX?

Meld u zich dan onderaan onze site aan. U ontvangt dan bovendien gratis een voorbeeld Bibob-besluit, met een modeltekst en meer dan tien handige tips