Vermoedens van strafbare feiten deel I: voorkom schending van de onschuldpresumptie

Weigert u een vergunning op grond van de Wet Bibob? Voorkom dan dat u de onschuldpresumptie schendt bij het maken van de beschikking.

De conclusie van het Bibob-onderzoek wordt gebaseerd op strafbare feiten uit het verleden van de betrokkene en van zijn Bibob-relaties. De wet maakt het mogelijk om zowel veroordelingen als vermoedens van betrokkenheid bij strafbare feiten in de beoordeling te betrekken. Wanneer de vergunningaanvrager bijvoorbeeld verdachte is in een lopend strafrechtelijk onderzoek, dan is de informatie uit die strafzaak relevant voor het Bibob-onderzoek.

 

Let op

Voorzichtigheid is in dat geval echter geboden; een schending van de onschuldpresumptie ligt namelijk op de loer. Het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden bepaalt in het tweede lid van artikel 6 dat iedereen tegen wie vervolging is ingesteld, voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.

Deze bepaling is in beginsel alleen relevant voor bestraffende sancties. De weigering van een vergunning is dat niet, zodat de betrokkene in de Bibob-zaak niet de bescherming van artikel 6 van het EVRM toekomt. Dat kan onder omstandigheden echter anders zijn, namelijk indien in het Bibob-onderzoek wordt teruggevallen op:

  • het feit dat de strafrechtelijke procedure aanhangig is, of
  • op een nog niet onherroepelijke veroordeling (er is nog hoger beroep of cassatie mogelijk).

In dergelijke gevallen is de onschuldpresumptie dus wel van toepassing. Dat betekent echter niet dat u het betreffende feit niet meer mag gebruiken. Er is slechts sprake van een schending van de onschuldpresumptie, indien u in de beschikking een oordeel over de schuld uitspreekt. Het is echter wel toegestaan om een vermoeden van schuld uit te spreken. U mag dus wel zeggen: “de heer Jansen heeft vermoedelijk witgewassen”, of: “het LBB concludeert dat er een ernstig vermoeden is dat de heer Jansen heeft witgewassen”, maar niet: “De heer Jansen heeft witgewassen”.

 

Stappenplan

Schending van de onschuldpresumptie leidt tot vernietiging van het besluit. Hanteert u daarom het volgende stappenplan. 

  1. Lees het LBB-advies zorgvuldig door en beoordeel of er informatie uit een lopende strafzaak wordt gebruikt, dan wel of er sprake is van een nog niet onherroepelijke veroordeling.
  2. Zorg ervoor dat u in de beschikking over die feiten nergens een oordeel over de schuld uitspreekt.
  3. Een vergissing is zo gemaakt: lees de beschikking daarom nogmaals door om te controleren of u niet per ongeluk toch ergens ten onrechte heeft gesteld dat de persoon in kwestie een strafbaar feit heeft gepleegd.

Zie voor meer informatie over deze kwestie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2015:331

 

Rechtstreeks Bibob-tips ontvangen in uw mailbox?

Meld u zich dan onderaan onze site aan. U ontvangt dan bovendien gratis een voorbeeld Bibob-besluit, met een modeltekst en meer dan tien handige tips.